Participatie begint met duidelijke kaders

Goede participatie begint niet met een bijeenkomst of enquête. Eerst moet helder zijn waarover mensen kunnen meepraten.

Bij sommige keuzes is veel ruimte voor invloed. Bijvoorbeeld over de inrichting van groen, de plek van voorzieningen of aandachtspunten in de wijk. Bij andere keuzes ligt de ruimte vast door techniek, budget, beleid, veiligheid of beheer.

Als die kaders niet duidelijk zijn, ontstaan verkeerde verwachtingen. Dan voelt participatie al snel als schijninspraak.

Daarom maken we vooraf scherp:

  • wat het doel van participatie is;
  • waar invloed mogelijk is;
  • welke keuzes al vastliggen;
  • wie betrokken moet worden;
  • hoe reacties worden verwerkt;
  • hoe terugkoppeling plaatsvindt.

Vroeg starten voorkomt repareren achteraf

Draagvlak bouw je niet achteraf. Als participatie pas start wanneer het ontwerp bijna klaar is, blijft er weinig ruimte over om belangen goed mee te nemen.

Vroeg starten betekent niet dat alles openligt. Het betekent wel dat bewoners, ondernemers, beheerders en andere stakeholders op tijd kunnen aangeven wat belangrijk is.

Bij een straatproject kan dat gaan over parkeren, looproutes, groen, veiligheid of bereikbaarheid. Bij een gebiedsontwikkeling kan het gaan over leefbaarheid, voorzieningen, fasering of zorgen over overlast.

Door die signalen vroeg op te halen, kan het projectteam betere keuzes maken en beter uitleggen waarom sommige keuzes wel of niet worden aangepast.

Technische informatie begrijpelijk maken

Veel projecten in de buitenruimte hebben een technische aanleiding. Een riool moet worden vervangen. Een straat moet klimaatadaptiever worden ingericht. Waterberging, kabels, leidingen, verkeersveiligheid of beheer spelen mee.

Voor bewoners en ondernemers is die technische achtergrond niet altijd vanzelfsprekend. Zij willen vooral weten wat er verandert, waarom dat nodig is en wat het voor hun dagelijks leven betekent.

Gebiedsmanagers helpt om technische informatie begrijpelijk te maken. Niet door de inhoud simpeler te maken dan hij is, maar door helder uit te leggen wat keuzes betekenen voor de omgeving.

Dat maakt participatie concreter. Mensen reageren dan niet op abstracte plannen, maar op begrijpelijke keuzes en gevolgen.

Wie betrek je bij participatie?

Niet iedereen hoeft op dezelfde manier betrokken te worden. Een goede participatieaanpak begint daarom met een omgevingsscan en stakeholderanalyse.

We kijken naar bewoners, ondernemers, scholen, zorglocaties, beheerders, wijkmanagers, woningcorporaties, waterschappen, nutspartijen en interne gemeentelijke afdelingen. Per groep bepalen we wat hun belang is en hoe zij het beste betrokken kunnen worden.

Soms past een brede bewonersavond. Soms is een gesprek met ondernemers of een aparte sessie met beheerders verstandiger. En soms werkt digitale participatie goed, bijvoorbeeld als je veel reacties wilt ophalen op een kaart of ontwerp.

Participatievormen kiezen die passen

De vorm van participatie moet passen bij het project, de doelgroep en de ruimte voor invloed.

Mogelijke vormen zijn:

  • bewonersavonden;
  • inloopbijeenkomsten;
  • digitale vragenlijsten;
  • gesprekken met ondernemers of instellingen;
  • werksessies met beheerders en projectteam;
  • klankbordgroepen;
  • digitale participatie via een gebiedsportaal;
  • terugkoppelmomenten na ontwerpkeuzes.

Gebiedsmanagers kiest geen vorm omdat die mooi klinkt. We kijken wat werkt in de wijk en wat het projectteam echt nodig heeft.

Vastleggen en terugkoppelen

Onder de Omgevingswet wordt aantoonbaarheid belangrijker. Gemeenten moeten kunnen laten zien hoe participatie is georganiseerd en wat daarmee is gedaan.

Daarom leggen we vast:

  • wie betrokken is;
  • welke reacties, zorgen en ideeen zijn opgehaald;
  • welke thema’s vaak terugkomen;
  • welke keuzes zijn aangepast;
  • welke keuzes niet zijn aangepast en waarom;
  • hoe de omgeving hierover is geinformeerd.

Goede terugkoppeling is daarbij belangrijk. Mensen hoeven niet altijd hun zin te krijgen, maar ze moeten wel kunnen begrijpen wat er met hun reactie is gebeurd.

Participatie verbinden met uitvoering

Participatie stopt niet bij een verslag. De opbrengst moet bruikbaar zijn voor ontwerp, planning, communicatie en uitvoering.

Als bewoners zorgen hebben over bereikbaarheid, moet dat landen in BLVC-afspraken. Als ondernemers aangeven dat leveringen op vaste momenten plaatsvinden, moet dat worden meegenomen richting fasering. Als beheerders aandachtspunten hebben voor onderhoud, moet dat in het ontwerp terugkomen.

Gebiedsmanagers zorgt dat participatie niet los blijft staan van het project. We verbinden omgeving, techniek en uitvoering.

Vraag om een participatieaanpak voor uw project

Wilt u participatie onder de Omgevingswet praktisch en aantoonbaar organiseren? Gebiedsmanagers helpt met de aanpak, begeleiding, communicatie en vastlegging.

We zorgen dat het proces duidelijk is voor het projectteam en begrijpelijk voor de omgeving.

Is participatie onder de Omgevingswet verplicht?

De regels verschillen per situatie en bevoegd gezag. Voor gemeenten is het in ieder geval belangrijk om participatie zorgvuldig te organiseren en goed vast te leggen.

Een goed participatieproces heeft duidelijke kaders, betrekt de juiste stakeholders, legt reacties vast en koppelt terug wat met de input is gedaan.

Het liefst vroeg in de voorbereiding. Dan kunnen belangen en aandachtspunten nog worden meegenomen in ontwerp, planning en communicatie.

Communicatie gaat over informeren en uitleggen. Participatie gaat over het betrekken van stakeholders en het ophalen van reacties, belangen of ideeën. In projecten heb je meestal beide nodig.

Plan een gesprek met een omgevingsmanager

Laat uw gegevens achter. Dan nemen we contact met u op om mee te denken over uw project.