Water en klimaat zijn geen vrijblijvende onderdelen van een ruimtelijk plan. Welke eisen gelden, hangt af van de locatie, het type ontwikkeling en de regels van gemeente, provincie en waterschap. Deze kaders komen in veel projecten terug.
Water en Bodem Sturend
Sinds de Kamerbrief Water en Bodem Sturend wegen het water- en bodemsysteem zwaarder mee bij ruimtelijke keuzes. Hoe dit precies uitwerkt, hangt af van het beleid en de regels van provincies, gemeenten en waterschappen.
Daarom is het verstandig om bodem, grondwater en watersysteem te onderzoeken voordat het programma en de verkaveling vastliggen. Hoe diep zit het grondwater, wat kan de bodem verwerken en waar gaat het water heen bij extreme neerslag? Een waterhuishoudkundig plan brengt dit in beeld voordat belangrijke ontwerpkeuzes zijn gemaakt.
De watertoets en de waterparagraaf
Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet het bevoegd gezag rekening houden met de gevolgen voor het watersysteem en de waterbeheerder betrekken. Onder de Omgevingswet heet dit de weging van het waterbelang. In de praktijk wordt ook nog vaak de term watertoets gebruikt.
De uitkomsten worden verwerkt in de motivering van het plan of besluit, vaak in een waterparagraaf. Daarin staat welke waterbelangen spelen, welke gevolgen de ontwikkeling heeft en welke maatregelen nodig zijn. Ontbreekt deze onderbouwing, dan kan dat tot aanvullende vragen en vertraging leiden. Voor Knoop XL in Eindhoven verzorgden we deze onderbouwing voor een binnenstedelijke ontwikkeling met een complexe wateropgave.
Landelijke maatlat
De Landelijke maatlat voor een groene, klimaatadaptieve gebouwde omgeving geeft richting aan klimaatadaptieve nieuwbouw. De maatlat behandelt wateroverlast, droogte, hitte, biodiversiteit, bodemdaling en overstromingen.
De maatlat is niet rechtstreeks wettelijk bindend. Gemeenten, provincies en waterschappen kunnen onderdelen verwerken in beleid, regels, tendervoorwaarden, gronduitgifte of afspraken met ontwikkelaars. Welke eisen gelden, moet daarom per project worden vastgesteld. Wij toetsen plannen aan deze kaders en werken passende maatregelen uit bij klimaatadaptief ontwerpen.
Van GRP naar Programma Water en Riolering
Sinds de invoering van de Omgevingswet is een gemeentelijk rioleringsplan niet langer wettelijk verplicht. Gemeenten kunnen hun aanpak vastleggen in een gemeentelijk rioleringsprogramma. Beleid en regels kunnen daarnaast een plek krijgen in de omgevingsvisie en het omgevingsplan. De gemeentelijke taken voor afvalwater, hemelwater en grondwater zijn wel gebleven.
Op projectniveau leidt dit tot concrete vragen over het type stelsel, de benodigde capaciteit, waterberging, maaiveld en grondwater. Wij werken dit uit in een rioleringsplan of, wanneer het hele watersysteem wordt onderzocht, in een waterhuishoudkundig plan.
Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie
Het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie richt zich op een klimaatbestendig en waterrobuust Nederland in 2050. De aanpak bestaat onder meer uit het uitvoeren van een klimaatstresstest, het voeren van een risicodialoog en het opstellen van een uitvoeringsagenda.
Veel gemeenten hebben hun kwetsbaarheden inmiddels met een klimaatstresstest en gebiedsanalyse in beeld gebracht. De uitdaging ligt vaak in de volgende stap: maatregelen kiezen, prioriteren en opnemen in beleid, begrotingen en projecten. Dat gebeurt via de risicodialoog en uitvoeringsagenda.
Regionale en lokale kaders
Naast landelijke beleidslijnen gelden regionale en lokale regels en afspraken. Denk aan de provinciale omgevingsverordening, het gemeentelijke omgevingsplan, de waterschapsverordening, lokaal klimaatbeleid en projectspecifieke voorwaarden.
In Zuid-Holland geeft het Convenant Klimaatadaptief Bouwen 2.0 richting aan klimaatbestendige nieuwbouw voor aangesloten overheden en organisaties. Welke eisen daadwerkelijk gelden, verschilt per locatie en project. Daarom onderzoeken wij vooraf welke regels, beleidskaders en afspraken van toepassing zijn.